Hoe herstel je het contact met je zachte zelf? Jezelf je excuses aanbieden is meestal een goed begin.
Je kunt je excuses maken voor de kritiek op jezelf; voor alle keren dat je hebt gedacht dat je liever anders zou zijn dan je was - meer als de populaire kinderen op school of rolmodellen in de media, bijvoorbeeld.
Je kunt tegen jezelf zeggen: "Sorry, mezelf. Ik wist niet goed wat ik deed. Ik dacht dat ik op een bepaalde manier moest zijn; dat ik niet van de norm mocht afwijken. Sorry, dat ik je in de steek heb gelaten. Ik kon het toen echt niet beter. Ik kende geen betere weg. Mijn excuses voor de pijn die ik je heb gedaan. Kun je me daarvoor vergeven?"
Zo begin je een dialoog met jezelf. Aan de basis daarvan staat jouw intentie om te weten wie je werkelijk bent.
Dan kun je gaan zien hoe je jezelf hebt geforceerd; hoe je hebt geprobeerd om anders te zijn dan je bent; hoe je jezelf hebt verloochend en in de steek gelaten. Als je dat ziet, kun je je leven beteren.
Je kunt dan jezelf gaan steunen en aanmoedigen. En wanneer je daar mee begonnen bent, kun je jezelf vergeving vragen voor hoe je vroeger met jezelf bent omgegaan.
Het is belangrijk dat je een nieuwe weg inslaat voordat je jezelf probeert te vergeven.
Als je dat niet doet, geef je vreemde signalen aan jezelf: je vraagt vergeving omdat je jezelf vroeger in de steek hebt gelaten, maar laat jezelf even later opnieuw in de steek.
Jezelf vergeven moet wel gepaard gaan met de intentie om niet opnieuw de fout in te gaan.
Je best doen voor jezelf is genoeg om het contact met je zachte kanten te herstellen. Je hoeft niet radicaal je hele leven en karakter om te gooien. Je hoeft nu niet opeens overal met grootse gebaren voor jezelf in de bres te springen. Evenmin is het
nodig om aan al je bekenden te verkondigen dat je voortaan anders met jezelf zult omgaan.
Wat telt is dat je jezelf gaat steunen waar je jezelf vroeger liet stikken; en dat je jezelf gaat aanmoedigen waar je je vroeger schaamde voor jezelf.
Wanneer je dat doet - of tenminste probeert - ervaar je dat je jezelf kunt vertrouwen en pas dan kun je een echt open dialoog met jezelf voeren.
Gun jezelf de tijd en de rust die je nodig hebt. Wanneer zachtere, subtielere aspecten van jezelf naar boven komen, jaag jezelf dan niet op. Wees je ervan bewust dat je erge dingen kunt hebben meegemaakt die je je niet meer herinnert.
Dat kunnen gebeurtenissen zijn inje jeugd, maar ook in vorige levens. Je kunt met psychische wonden rondlopen waar je geen weet van hebt. Ergens kun je nog helemaal in paniek zijn om iets ergs wat is gebeurd.
Een innerlijk-kind-in-paniek heeft wat tijd en ruimte nodig om te kijken of het nu veilig is om zich te laten zien.
Soms zet zo'n innerlijk paniek-kindje een stapje naar het Licht, naar bewustzijn, en soms schrikt het iets terug. Het helpt dan niet om het naar buiten te duwen. Dan gaat zo'n innerlijk kind zich alleen maar verzetten en dieper verstoppen.
Laat je het daarentegen vrij, dan zal het willen baden in de energie van liefde en acceptatie die je biedt en zal het zich gaan ontvouwen en meer en meer van zich laten zien.
Je moet je innerlijke kinderen de tijd geven om hun weg terug te vinden naar je leven - helemaal als je ze lange tijd hebt onderdrukt.
Sommigen van hen zijn moediger en krachtiger en die kunnen zich wat sneller tonen. Anderen zijn zo teer en subtiel of gewond, gebroken en gedemoraliseerd dat ze eerst honderd keer moeten kijken, testen en uitproberen of ze niet opnieuw psychisch klappen krijgen.
Om je innerlijke kinderen te helen, is het ook belangrijk dat je stopt met geforceerd presteren, want je kunt alleen geforceerd presteren wanneer je de behoeften van je innerlijke kind verder wegdrukt.
Teveel van jezelf verwacht terwijl je met geestelijke wonden rondloopt, saboteert je zelfheling.
Besef dat verwonde stukken van je geest niet veel kunnen verdragen, hoe krachtig en stoer je verder ook bent. Doorzie dat, accepteer het en geef jezelf alle tijd, steun, liefde en andere goede energie die je nodig hebt om te helen.
Wees begripvol voor jezelf als je niet meteen kan wat je graag zou kunnen - als je bijvoorbeeld niet zo rustig, liefdevol, vitaal, blij of stralend kunt zijn als je graag zou zijn.
Wanneer het gaat over je levensmissie en het zijn van je ware zelf, kunnen er grote thema's in het spel zijn: processen die zich uitstrekken over vele levens van je, met alle karmische belasting en verstrengelde verbindingen van dien.
Het is geen schande dat je jeniet ineens kunt losmaken van een verleden dat je al lang met je meedraagt.
We komen allemaal als kind relatief open op Aarde aan. Gaandeweg sluiten we ons steeds meer af, om ons te beschermen tegen de grove energieën van het aardse vlak, zoals pijn, kritiek en tekort. En dat is goed: je kunt niet zo open blijven als je als baby was. Daarvoor is het aardse leven - zoals het nu is - vaak te grof en te schokkend. Dus het is goed dat je jezelf hebt beschermd.
Maar als volwassene, met alle ervaring die je hebt en de beschermlagen die je hebt ontwikkeld, kun je je weer iets meer openen en je gevoeligheid wat meer de ruimte geven.
Je kunt bijvoorbeeld je derde oog weer meer openen en plezier hebben van toegenomen visie en helderziendheid. Je kunt je hart meer openen, zodat je met anderen relaties kunt aangaan op niveaus die je echt bevredigen en vervullen.
Je openen is niet moeilijk. Het begint, zoals alles, met de intentie om het te doen. En dan te zeggen, tegen jezelf: "Het is mogelijk om op een veilige, prettige manier opener te zijn dan ik nu ben. Ik open me voor alle middelen die me erbij kunnen helpen. Ik ben bereid alle wegen daarnaartoe te begaan."
Onthoud dat je een Wezen van Goedheid bent. Als je iets nog niet helemaal perfect doet of kunt doen, dan is daar altijd een heel goede reden voor. Leer jezelf te begrijpen, vertrouwen, troosten, healen, vergeven, waarderen, bekrachtigen, complimenteren, koesteren, liefhebben en te verwelkomen op Aarde! Leer te geven aan jezelf. Leer jezelf waardig en respectvol te behandelen. Leer blij te zijn met jezelf.
Fijn dat je er bent!
Uit ons boek “Ridders van Licht: durven, standhouden, overwinnen” (blz. 69-71) door Barbara Borecka en René Argonijt.



.jpeg)
